18. Antonio de bakker

Dat Antonio, de bakker, familie van mij is heb ik al eens verteld, maar hoe dat gekomen is zal ik nu vertellen. Toen wij hier kwamen wonen woonde er nog niet veel mensen uit andere landen in dit dorp. De mensen uit het dorp waren nieuwsgierig naar ons, waar kwamen we vandaan, hadden we kinderen, vragen die in het begin steeds werden gesteld als men ons in het dorp tegenkwam.

Het geluk was dat mijn wederhelft door zijn loopbaan op zee, met Spaanstalige bemanning, redelijk Spaans sprak. Daardoor hadden we al snel contact met de mensen in het dorp. Ik sprak geen Spaans maar ik luisterde en leerde. Dagelijks gingen we ontbijten bij een van de restaurants op het plein. Zo kwamen we in contact met veel leuke mensen en werden er vriendschappen gesloten. Ook met de bakker van het dorp, die vond die stoere zeerob met kennis van alle lelijke Spaanse woorden wel interessant. De bakker werkt ́s nachts, maar kwam wel iedere dag ontbijten met ons en nog een paar van zijn vrienden. Antonio stelde ons aan veel mensen voor en ook aan zijn familie. Omdat mijn man toch wel een redelijk donker uiterlijk had zei hij altijd dat hij Spaans bloed had, dat moest wel zo zijn want tijdens de tachtigjarige oorlog, toen Spanje Nederland bezet had woonden zijn voorouders in het meer zuidelijke deel van Nederland en daar waren de Spaanse bezetters en het is niet zo moeilijk om voor te stellen dat een lief Nederlands meisje verliefd zou zijn geworden op zo ́n mooie Spaanse soldaat. Dus hij had Spaans bloed. Waarop de fantasie van de bakker op hol sloeg en er gelijk maar van maakte dat ze dezelfde opa hadden en die woonde in Albatera. Nu moet u weten dat er altijd grapjes gemaakt worden tussen de mensen hier en de mensen over de berg, op de manier zoals Nederlanders dat doen over Belgen en visa versa. Dus u begrijpt dat die twee vaak het grootste plezier hadden. En Antonio verklaarde tegen iedereen dat wij familie van hem waren, zijn tia en tio. Wij vonden het prima.


Mijn lief had twee motoren, twee Harley Davidsons, een Electra Glide, een heel grote zware van 1600 cc en een wat minder zware, een Sportster van 900 cc. Antonio was er weg van, hij genoot van het zware geluid wat die motoren veroorzaakte. Omdat hij er steeds zo verlangend naar keek als mijn man met de motor in het dorp kwam, zei mijn lief dat Antonio er best eens op mocht rijden. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd en Antonio maakte vele ritjes in en om het dorp en genoot. Als er met de motorclub routes waren ging Antonio ook vaak mee en hij voelde zich heerlijk en trots dat hij met zijn oom mee mocht. Op een ochtend toen de bakker weer een eindje had rondgereden en de motor netjes parkeerde op een parkeerplaats vlakbij het plein met de restaurants, waar wij zaten, kwam er een al wat oudere dorpeling naar hem toe en die zei; ‘van wie is nu eigenlijk die motor? Van jou of van die extranjero?’ Waarop Antonio de man heel verbaasd aankeek en antwoordde; ‘wat extranjero? Dat is mijn oom, niks vreemdeling!’

Sindsdien weet het hele dorp niet beter of de bakker en zijn familie zijn familie van ons. Soms gebeurt het dat we net in het dorp aankomen en er iemand naar ons toekomt en vraagt; ‘ waar is je sabrino, je neef?’ of ; ‘ je sabrino zit daar of daar, dan hoef je niet te zoeken.’


Het is heerlijk om een Spaanse familie te hebben.


Marijke Derksen

Abonneer je en blijf op de hoogte

Disclaimer; niets van deze website mag worden gebruikt worden zonder de schriftelijke toestemming van Sun and Grapes. Meer info...

©2020 by SUN AND GRAPES