Abonneer je en blijf op de hoogte

Disclaimer; niets van deze website mag worden gebruikt worden zonder de schriftelijke toestemming van Sun and Grapes. Meer info...

©2019 by SUN AND GRAPES

3. Kippensoep en kippenpoep

In een bijgebouwtje in de tuin woonden zes kippen en een haan. Toen we de eerste keer met de makelaar naar de finca gingen kijken hadden we het al gezien. Zes kippen in twee kleine tralie hokken aan de muur, ze konden zich nauwelijks bewegen. Op de vloer lag een meter hoog kippenpoep waar een grote haan parmantig overheen stapte. Ik had medelijden met die dieren en fluisterde zachtjes tegen de kippen, `Als wij dit huis kopen laat ik jullie gelijk vrij, dan kun je rondlopen.´

De dag dat we kwamen en het ons eigendom was, liep de haan helaas niet meer rond, maar zijn jasje lag te smeulen in een hoek van de tuin waar men het afval verbrandde. Hem had de Spaanse familie het laatste weekend nog opgegeten. Herman maakte de hokken open en zette de kippen een voor een op de grond. Ze konden nauwelijks lopen, de poten waren niet gewend om op de grond te staan, het was een zielig gezicht. Normaal korrels of zaadjes oppikken konden ze nauwelijks, hun navels waren stomp gemaakt. Ze hadden altijd maismeel gegeten. De eerste kip die hij bevrijde noemde hij numero uno, de tweede numero dos en zo door. Numero uno probeerde zo goed als ze kon achter hem aan te lopen, ook op het terras. Ze keken niet waar ze hun behoefte deden, dikke flatsen vielen waar ze stonden. Eieren legden ze niet meer.


Na het een paar weken afgewacht te hebben zei buurman Antonio dat de kippen veel te oud waren, die hadden geen nut meer. Die moest je slachten. Nee, dat konden en wilden we niet. Maar toen de temperatuur opliep kwamen er veel vliegen op die kippen en hun uitwerpselen af en was het niet fijn om buiten te zitten. Weer zei de buurman dat ze beter geslacht konden worden, ook hij had last van die vliegen. Maar Herman maakt nog geen spin dood en ik moest er niet aan denken. Maar zo had niemand er wat aan en de dieren ook niet. Antonio bood aan dat hij het wel zou doen en Marianne zou ze wel goed schoonmaken. Herman zei dat de buren de helft konden houden. Keurig geplukt en goed schoongemaakt kwam Marianne de kippen brengen. `Ik doe ze maar eerste een tijdje in de vriezer.´zei ik. Ik zag er tegenop om die kippen te gaan bakken, in mijn verbeelding zag ik numero uno achter me aanlopen. Er gingen weken voorbij en die kippen lagen nog steeds in de vriezer, tot Herman op een dag vroeg wanneer ik eens wat met die kippen ging doen. Nu moest ik wel. Met grote tegenzin legde ik een kip in een schaal en ontdooide de kip in de magnetron, daarna in de oven, lang genoeg zodat het een mooi bruin korstje had en volgens de tijd van braden zeker gaar moest zijn. Met lange tanden zaten we beiden naar ons bord te kijken, `was dit numero uno?´

Herman probeerde een stukje en keek me boos aan. Boos zei hij dat die kip niet te eten was, zo taai als wat! `Weet je niet eens hoe je een kip moet bakken.´ Het huilen stond me nader dan het lachen. Ik had echt wel mijn best gedaan. Maar allebei waren we gestrest en verdrietig over het feit dat we onze eigen dier gingen opeten, dat konden we niet. Maar die kippen waren veel te oud. Deze waren alleen nog maar geschikt voor soep zei Marianne later. De andere twee kippen werden gevoerd aan de zwerfkatten in de buurt, want een echtscheiding waren ze ook niet waard.


Marijke Derksen


#kippensoep