31. Tot in de dood

Pepe is dood! Onze eerste vriend in Spanje is overleden. We hadden hem al een tijdje niet meer gezien, men had hem naar een verzorgingshuis in Elda gebracht. Pepe kon niet meer op zichzelf wonen, zei men. Hij vervuilde en at niet meer goed. We hoorden deze verhalen in het dorp. Dat hij vervuilde was wel waar. Als mijn man hem met de auto naar huis bracht omdat hij niet meer tegen de straat omhoog op kon lopen vanaf het plein, dan zag de zitting van de stoel er bij terugkomst niet fris uit en de geur die in de auto hing was alles behalve aangenaam te noemen. Maar hij was een vriend en die zitting maakten we wel weer schoon, dat was niet zo erg. Dat Pepe zo ineens weg was vonden we wel jammer en toen we hoorden dat hij opgesloten zat in dat tehuis waren we verdrietig en namen ons voor om hem gauw eens op te zoeken.

Dat mensen hier voor een tijdje of langer in een tehuis geplaatst worden heb ik al vaker gehoord. Er woont een vrouw in het dorp die schijnbaar ook niet goed voor zichzelf kan zorgen en een beetje vreemd is. Soms is ze een tijdje weg en komt dan weer opgeknapt en wat helderder van geest in het dorp terug. Steeds als ze me ziet vraagt ze om een sigaret. Een vuurtje erbij en ze loopt weer statig door, genietend van de sigaret. `Daar komt je vriendin, ‘ plaagt mijn man me als we haar zien lopen. `houd je sigaretten maar vast klaar.’ en ja hoor, ze zal me nooit voorbij lopen zonder om een sigaret te vragen. Heel af en toe als we ergens zitten vraagt ze ook om een kop koffie en geniet daar dan zichtbaar van als ze bij ons aan een tafeltje zit. En dan is ze plotseling weer voor een tijdje in een tehuis geplaatst, maar een tijdje later loopt ze weer door het dorp, statig als een koningin. Tegenwoordig als ze me ziet noemt ze me `guapa amiga’  voordat ze om een sigaret vraagt. Toch geven mensen als zij en Pepe met hun eigen verhaal, al is het nog zo triest, kleur aan een gemeenschap, we missen hen als ze er niet zijn.

Pepe! We zouden hem bezoeken. Maar hoe gaat dat als je druk bent met van alles en nog wat, het blijft er zo vaak bij. De intenties zijn goed, vaak spraken we met onze tuinhulp over hem. Ja hij was nog steeds in Elda. Nee, hij kwam dat tehuis nooit meer uit. Vaak werd hij in zijn kamer opgesloten. Ja voor zijn eigen welzijn! Arme Pepe, wat genoot hij als hij al mopperend op een van de terrassen op het plein zat achter zijn glaasje geestrijk vocht. Op het laatst was dat niet meer zo, dronk hij melk, de dokter had hem alcohol verboden. Hij mopperde toen nog meer.

Er gaan prachtige verhalen over Pepe door het dorp, verteld door oudere mensen die hier al hun leven lang wonen. Pepe was niet zo oud als ik dacht. Toen wij hem leerden kennen was hij nog maar achtenzestig jaar. Zo oud is dat niet. Maar Pepe was moe, versleten en krom gegroeid van het zware leven dat hij achter de rug had. Hij had in de marmer industrie gewerkt, dat is zwaar, dat geloof ik direct. Zeker vroeger toen alles nog met de hand ging en er geen machines waren.  Ook heb ik horen vertellen dat hij daarbij ook nog op het land werkte. Hij was vreselijk sterk, zegt men, hij kende zijn eigen kracht niet. Voor Spaanse begrippen was hij heel groot. Zijn handen zagen er uit als kolenschoppen. Het verhaal gaat dat hij op een dag aan het werk was op het land met een ezel. En zoals ezels vaak kunnen zijn, koppig, niet doen wat de baas zegt. Doorlopen zei Pepe, maar de ezel bleef staan. Wat Pepe ook zei, hoe hard hij ook duwde en trok aan het dier, de ezel verzette geen poot. Ik kan het zo voor me zien, die grote sterke man duwt achter tegen die ezel aan, de ezel zet zich schrap, stokstijf staat hij. Pepe probeert het aan de voorkant, trekt het dier aan zijn kop, nog geen beweging in te krijgen. Pepe wordt kwaad en haalt zijn hand uit en slaat het dier in zijn nek …. waarop de ezel dood neervalt! Het was niet zijn bedoeling het dier te doden, alleen maar in beweging brengen, maar dat lukt nu helemaal niet meer.

Pepe kent zijn eigen kracht niet zeggen de mensen in het dorp. Pepe is zijn hele leven vrijgezel gebleven. Maar eenzaam was hij niet en zijn bed was ook niet altijd koud. De dorpsroddel vertelt dat veel vrouwen verliefd op hem waren. Die Pepe! Nu is hij er zelf niet meer! Vanmorgen dronken we koffie in de cafetaria in de markthal. Opeens hoorden we de klokken van de kerk luiden. `wat is er aan de hand, is er iemand overleden?’  `ja, de oude Pepe is overleden en wordt nu naar het kerkhof gebracht.’ `Pepe? Pepe die in een verzorgingshuis in Elda woonde?’ `ja, die!’ En de verhalen kwamen los...

Terwijl ik luisterde kwamen er dikke tranen in mijn ogen, ik probeerde ze terug te dwingen maar dat lukte niet. Toen iemand me aankeek en vroeg of ik huilde om Pepe kwamen er nog meer tranen. Men snapte er niets van, tot we konden uitleggen hoe dat zat met ons en Pepe. De Spaanse mensen waren onder de indruk. Deze buitenlanders die zo begaan waren met het lot van een van hen, ze waren er stil van. Voor de mis in de kerk waren we te laat maar we zijn naar het kerkhof gegaan voor we naar huis gingen. Het kerkhof is hier erg mooi. Het geheel is ommuurd. Er zijn drie straatjes met nissen, sommige dubbel op elkaar en enkele tot vier hoog. De namen van de families staan erop. Met platen marmer zijn de nissen afgedicht en daarop de naam van de overledenen en meestal ook een foto. Voor de nis waar verse bloemen en kransen lagen was de plek van Pepe, zijn naam is nu nog niet te lezen, die wordt later op de plaat marmer gemaakt samen met zijn foto.


Het toeval wil dat we enkele maanden geleden een stukje grond van één bij drie meter op het kerkhof hebben gekocht om er twee nissen boven elkaar te laten bouwen voor ons, wanneer we in de toekomst komen te overlijden. Het lot wil dat ons plekje in hetzelfde straatje is als de nis van Pepe. `We worden buren in de toekomst Pepe. Vriendschap tot de dood ons scheidt?’

Ik kan hem horen antwoorden. `nee, tot in de dood!’


Marijke Derksen