33. Todo en mi culo!

We zaten op een terras gezellig met een leuk stel Spaanse vrienden. De stemming zat er goed in en er werden grapjes gemaakt en veel gelachen. Ineens ziet Jose een Engelse kennis lopen en hij hield hem aan. `Hallo George, hoe gaat het met je, een tijd niet gezien.’ Jose spreekt tamelijk goed Engels dus de conversatie verliep vlotjes. `Prima’ antwoord George. Hij woont hier nu al een aantal jaren en lijkt goed ingeburgerd.

Na wat heen en weer gepraat over de beide families ging Jose in het Spaans over om te zien of George zich dat inmiddels ook eigen had gemaakt. ` Spreek je al wat Spaans?’ vroeg Jose.  Waarop George antwoordde dat het hem aardig lukte. `Ga je nog steeds naar Spaanse les.’ Jose wilde alles weten en bleef doorvragen. George antwoordde dat hij daar niet meer naar toe ging. Jose was heel verbaasd en vroeg hem of hij al genoeg geleerd had. `Ja, ik weet nu wel genoeg, heb lang genoeg geleerd.’ was het een beetje arrogante antwoord van George. `Nou dat is heel fijn voor je.’ antwoordde onze vriend Jose verbaasd. George keek hem trots aan en zei `Tengo todo en mi culo.’ en tikte op zijn voorhoofd, groette en liep door, ons op het terras achterlatend in een schaterbui.

Culo is namelijk het Spaanse woord voor ons achterwerk, had die George even geluk dat hij daar al zijn Spaanse kennis had opgeslagen. De mannen hadden de grootste lol en de ene lollige opmerking volgde op de ander, maar we namen ons voor om deze uitspraak nooit meer te vergeten en die werd dan ook te pas en te onpas gebruikt.

Een tijdje later moesten mijn man en ik naar het ziekenhuis in Alicante voor controle. Mijn lief was diabeet dus moest regelmatig bij de endocrino komen. De meeste artsen hier in Spanje zijn erg prettige mensen, lief en begrijpend.  Maar deze endocrino was daarop een uitzondering. Kortaf en erg streng. Mijn man had tijdens zijn loopbaan op zee een beschadigde lever opgelopen door een ongeluk aan boord van een chemicaliëntanker, bij het laden van Benzeen is er met het luchtverversingssysteem iets fout gegaan waardoor hij en zijn collega's Benzeen ingeademd hebben. Helaas zijn sommige van zijn collega's na korte tijd daardoor overleden en mijn man hield er een kapotte lever aan over, waardoor hij nooit meer op een chemicaliëntanker mocht varen. Gelukkig heeft hij er nog jaren mee geleefd en ook gevaren op een ander soort schepen, maar kreeg er wel allerlei andere klachten door, onder andere suikerziekte. Normaal vraagt een arts je van alles maar deze endocrino vond, al zonder verder te vragen dat mijn lief alcoholist was. Een kapotte lever en zeeman, nou dat kon dus niet anders zijn.

Kortzichtig noem ik dat. Dus dat werd geen prettige relatie met deze arts. Ook mij keek hij altijd beschuldigend aan. We moesten wel naar hem toe maar gingen altijd met grote tegenzin. Op een van die keren had hij mij een boekje gegeven en me opgedragen om vier keer per dag de suikerwaarden en alles wat mijn lief gegeten en gedronken had en de hoeveelheden insuline die hij gespoten had te noteren tot we de volgende afspraak met hem hadden. Ik had dat netjes bijgehouden.

Terwijl we al meer dan halfweg Alicante waren vroeg mijn man ineens `heb je dat boekje bij je?’ Oh jeetje, dat had ik vergeten mee te nemen en het was nu te laat om nog terug te rijden. Wat zou die endocrino weer moeilijk doen.

Ineens wist ik het, de woorden van George herinnerend en zei tegen mijn lief, `het geeft niets hoor, want ik heb toch alles in MI CULO!’


Marijke Derksen.