37. Gorby

Al vanuit de verte hoorde ik de Harley aankomen. Hij reed niet erg snel, dat was aan het geluid te horen. Ik stond buiten toen hij het erf op kwam rijden. `Nu moet je eens kijken wat er aankomt.’ mijn man  glimlachte dus het zal iets leuks zijn.


Even later kwam er een oude rottweiler de tuin binnen lopen, liep op me af en ging voor me zitten of hij hier hoorde. Mijn hart smolt want van alle honden is me de rottweiler het liefst. In Nederland hebben we er ooit een gehad en nog altijd denk ik daar met liefde aan terug. Gorby had ik hem toen genoemd, naar president Gorbatsjov, vanwege die bruine vlek op zijn voorhoofd. `Waar komt deze hond vandaan?’ vroeg ik mijn man nadat hij de motor in de garage gezet had. `Hij liep hier bovenaan op de Solana Highway en je weet dat ik een zwak voor dit soort honden heb, dus ben maar even gestopt en een praatje met hem gemaakt, hij was helemaal alleen en vond het schijnbaar wel prettig dat hij een beetje aandacht van me kreeg. Ik ging weer verder en hij kwam me achterna,  ik reed hier het pad naar beneden af en zag ik hem even later ook hier naar toe lopen.’


`Ja allemaal wel leuk, maar wat moeten we nu met hem, zijn baas zal wel naar hem op zoek zijn.’ `Ik ga zo wel even naar het politiebureau om te vragen of iemand hem als vermist heeft opgegeven.’ antwoordde mijn wederhelft. `maar het lijkt dat hij honger en dorst heeft, geef hem maar wat!’ Een bak met water was gauw gevuld en de hond slobberde met een sneltreinvaart het water op. Eten was moeilijker, want we hebben alleen poezen. Dan maar poesenbrokjes, zal hij ook vast wel lusten. Ook aan de snelheid waarmee hij dat naar binnen werkte was te zien dat het dier lange tijd niets gegeten had. `Als het een zwerver is, of door iemand op straat gezet, wat dan?’ vroeg ik. `Dan blijft hij toch gewoon bij ons, de poezen zullen wel aan hem wennen.’


Met de auto vertrok hij weer naar het politiebureau, ik bleef bij de hond, arm oud beestje, hebben ze jou eruit gegooid? De hond liet zich aaien en ging languit voor de deur liggen, het leek dat hij zijn plekje gevonden had en niet van plan was om ooit weer weg te gaan. Mijn lief kwam terug met een arm vol met inkopen. Een grote hondenmand, een halsband met lijn, shampoo, borstel, vlooienband, hondenkoekjes, alles wat je voor een hond nodig had en achter in de auto stond een zak van vijfentwintig kilo hondenvoer. `Voorlopig blijft hij hier, niemand heeft hem als vermist opgegeven. We moeten hem even bij de dierenarts laten controleren of hij een chip heeft en als dat niet zo is dan kunnen we hem na veertien dagen beschouwen als onze hond!’ Mijn lief leek heel blij. Maar ik vond het een beetje voorbarig dat hij al deze dingen al had gekocht, het kon morgen bij de dierenarts wel eens op een teleurstelling uitlopen. `We gaan hem wassen.’ zei mijn lief en haalde de tuinslang te voorschijn en ging aan de slag. De hond vond het allemaal prima, genoot van de massage die hij kreeg en had geen probleem dat het water langs zijn snoet liep.


`Hij kan niet mee naar binnen, de poezen zullen eerst aan hem moeten wennen.’ zei ik. De mand werd in de garage gezet en de deur op een grote kier zodat hij er in en er uit kon en zich vrij bewegen in de tuin. Automatisch noemde ik hem Gorby, want voor mij was hij dat. Die nacht sliep hij goed, we hebben hem niet gehoord. De volgende ochtend stond hij voor de deur te wachten en genoot van zijn bak eten wat ik gelijk buiten voor hem neerzette. Af en toe zag ik een van de poezen op een afstandje staan kijken, verwonderd wat dat voor een groot mormel was. Maar echt bang leek ze niet. Bij een bezoek die dag aan de dierenarts bleek dat de hond geen chip had, dus de eigenaar was niet te achterhalen. Dus bleef Gorby voorlopig bij ons. Ook kon de dierenarts ons vertellen dat de hond niet ouder dan ongeveer twee jaar was, dus een jong dier. Waarschijnlijk had hij lang lopen zwerven voordat hij bij ons kwam en was vuil en moe. Nu na goed eten en rust zag je hem opknappen. Het leek net of hij in twee dagen jaren jonger was geworden.


Ook bleek hij heel hoog te kunnen springen. Ons zwembad ligt ongeveer anderhalve meter hoger dan de tuin en de hond sprong zonder problemen omhoog op het terrasje rond het zwembad. Het werd een hechte vriendschap, de hond genoot van ons en wij van hem. Iedere avond ging mijn man met hem wandelen, hij hoefde niet aan de lijn want hij bleef dicht bij zijn baas lopen. Bovenaan het pad staat een finca waar zeker vijf honden rondlopen. Als ze daar langs liepen gingen al die honden vreselijk tekeer, maar Gorby reageerde er niet op, keek zelfs niet die kant op en wandelde rustig naast zijn baas. Bovenaan dat weggetje gingen ze linksaf richting Canalosa. Na een behoorlijke wandeling die kant op zei mijn man tegen de hond dat ze weer terug naar huis gingen en draaide om. De hond bleef even stilstaan en het leek of hij in de richting van Canalosa wilde doorlopen, maar toen zijn baas voor de tweede keer zei, `kom op, we gaan naar huis.’ draaide hij zich vlug om en liep vrolijk met zijn baasje mee terug.


Op een dag kwam er bezoek, vrienden uit Nederland die tijdelijk een huisje gehuurd hadden, voor een lange vakantie, in de buurt van Benidorm. Ze kwamen een paar dagen en brachten hun hond mee, een Mastin Español, dat is een behoorlijk grote hond, groter dan onze Gorby. Het was een vrouwtje en het kon niet uitblijven, Gorby werd verliefd op deze schoonheid. Dat kon ik wel begrijpen, maar toen het nacht werd en we naar bed zouden gaan, de Mastin op een deken in de huiskamer en Gorby op zijn eigen plek in de garage, werd er door hem behoorlijk geprotesteerd, jankend stond hij voor de deur en probeerde de deur open te krijgen door de deurknop er vast af te bijten. Tja dat kan natuurlijk niet en eigenlijk had hij wel gelijk, waarom mocht die logeerhond wel binnen slapen en hij niet. Dus werd de mand uit de garage gehaald en kreeg Gorby zijn plekje in huis, wat na die logeerpartij zo is gebleven. De poezen vonden het wel best, liepen er in het begin met een grote boog omheen maar het werden al gauw vriendjes en lagen tegen elkaar aan te slapen.


Hij was al een paar maanden bij ons en helemaal gewend, wij en de poezen ook. Gorby hoorde er gewoon bij. Het regende die middag en we gingen op bezoek bij kennissen onder in de straat, we zouden niet lang wegblijven en Gorby wilde in de tuin blijven, de garagedeur stond op een kier open zodat als hij dat wilde daar naar binnen kon. Terwijl we rustig van een glaasje wijn zaten te genieten begon het steeds harder te regenen en te onweren. Grote knallen en bliksemstralen vlogen door de lucht. `gelukkig maar dat Gorby de garage in kan, want dit zal hij ook niet leuk vinden.’ Een uurtje later klaarde het weer op en liepen we naar huis terug, benieuwd hoe het met de hond en de poezen was. Maar er kwam er niet een tevoorschijn toen we het hek opende. Ook in de garage was niets te zien. de poezen waren via het raam het huis binnen gegaan en lagen rustig te slapen, maar Gorby was nergens. Niet in de achtertuin, niet in mijn atelier, niet in het barretje bij het zwembad, zelfs niet in de buitenkeuken. Waar kon hij zijn?


We zochten en riepen zijn naam, maar er kwam geen reactie. Nergens was hij te bekennen. `Hij kan toch niet weggelopen zijn?’ Vol ongeloof keek ik mijn man aan. `Nee hij kan toch de tuin niet uit!’ Onze tuin ligt zeker twee meter hoger dan de straat en dan staat er aan de rand van de tuin ook nog eens een hek van anderhalve meter. Nee daar kon hij nooit uit. Of toch! Ik wist dat hij heel hoog springen kon, maar als hij dit gedaan heeft is dat bijna onmogelijk. Zo hoog, bij elkaar moet hij dan meer dan drieënhalve meter gesprongen hebben, eerst omhoog en toen naar beneden. We keken elkaar vol ongeloof aan, kan een hond dat? Ja zo moest het wel gegaan zijn, want er was geen andere manier om uit de tuin te komen. Een week lang zijn we iedere dag met de auto en de motor rond wezen rijden op zoek naar Gorby. Helaas hebben we hem niet gevonden.


Wel gingen onze gedachten terug naar hoe hij bij ons was gekomen. Dat was half februari geweest. Zou hij soms bij zijn eigenaar zijn weggelopen met oud en nieuw? Was hij zo bang voor het knallen van het vuurwerk dat hij toen de benen heeft genomen en later niet meer wist waar hij was, zou hij dit keer door de harde onweersklappen ook weer zo bang geweest zijn? We hebben het bij de politie doorgegeven, maar nooit meer wat over hem gehoord.


Die zomer kwamen onze vrienden nog een dagje op bezoek. Natuurlijk met hun hond. In de middag gingen we eten bij een restaurant in Canalosa. We hadden een plaatsje bij het raam en konden zo op de weg kijken. De grote hond lag onder de tafel, gelukkig mocht hij binnen van die aardige Paco. Buiten was het heet. Ineens hoorden we honden blaffen, we keken naar buiten en zagen een rottweiler met twee kleine merkloze hondjes bij onze auto staan. De rottweiler stond rechtop tegen de achterdeur van de auto en keek nieuwsgierig naar binnen. `Gorby!’ Ik denk dat ik dat heel hard geroepen heb. Paco kwam ook kijken waarom ik zo gilde en zei , `Ach daar is die zwerver weer.’ En vertelde dat die hond van de oude Miquel was maar die lette er niet zo goed op en dan was de hond weer een tijdje thuis en dan weer weken weg. Ja, Miquel hield echt wel van zijn hond en was er ook goed voor, maar liet hem wel een beetje te vrij, toch kwam de hond na alle omzwervingen steeds weer bij hem terug. Inmiddels was ik naar buiten gerend om Gorby te begroeten, ik was zo blij om hem te zien en het leek dat het wederzijds was, hij sprong tegen me op en ik kreeg een lik over mijn neus. Maar tegelijk wilde hij het restaurant  binnen, hij was niet blij om mij maar had de geur van zijn liefste ontdekt en daarom was hij daar. Het was dan ook een teder moment toen die twee elkaar buiten begroette.


Gorby wilde mee de auto in toen we weggingen, maar nu we wisten dat hij een goede baas had hebben we dat niet gedaan. Nog een heel eind renden ze achter ons aan, de grote lieve rottweiler met zijn twee kleine keffende zwervertjes naast zich. Na een tijdje zagen we hen stoppen en omdraaien terug naar Canalosa.


Gorby had het opgegeven en zou zijn grote liefde nooit meer zien.


Marijke Derksen