41. De laatste reis!

Het leven is mooi. Het leven is heerlijk. Tot het moment dat alles verandert, voorgoed. Mijn lief werd ziek, heel erg ziek en na twee jaar strijd en lijden overleed hij. Vijf maanden na onze vijftigjarige huwelijksdag moest hij helaas aan zijn allerlaatste reis beginnen. Het hele dorp was aanwezig in de kerk en op het kerkplein. De motorclub begeleide met een grote groep motorrijders de begrafenisauto naar het kerkhof. Mensen stonden langs de weg om dit te zien, weer was er een geliefde inwoner van het dorp overleden. Op het kerkhof was het druk. We hebben hier geen familie, maar het was of  een heel grote familie zijn kind wegbracht. De mannen van de motorclub hebben met elkaar zijn kist in de nis gezet.

Na afloop had ik een koffietafel besteld voor iedereen die op het kerkhof aanwezig was bij restaurant Moreno. In Spanje is zo'n nazit niet gebruikelijk, maar mijn lief had me gezegd dat ik dat moest doen, hij wilde niet dat ik vanaf het kerkhof alleen naar huis zou gaan. Bij Moreno nam Antonio namens mij het woord en bedankte voor het aanwezig zijn en voor de steun die men me de laatste maanden had gegeven. Het was een bijzondere bijeenkomst zowel Spaans als Nederlands en enkele Engelse vrienden. Ik zal dit nooit vergeten. Omdat ik mijn hele leven gewend ben om afscheid van mijn liefste te nemen en hij vertrok voor vele maanden, leek dit voor mij ook of hij de reis op was.

Toch gebeurde er rare dingen in die eerste twee weken. Op een dag stond ik in de keuken. Op het aanrecht stond een glazen vaas, best wel een stuk achteraan op het blad. Iets ongelooflijks gebeurde, ineens viel die vaas om en rolde van het aanrecht af, pats op de grond, aan splinters. Raar, hoe kon die vaas nu omvallen, ik was er niet dichtbij en het had een platte onderkant, dus wiebelde niet, hoe kon het dan eraf vallen. Vreemd! Was dat een teken? Maar er gebeurde meer. Op een nacht werd ik wakker in een helverlichte slaapkamer, dat was vreemd want de lamp die nu brandde was al een hele tijd kapot. Doordat mijn man ziek was kon hij het niet repareren en ik had er de nooit de moeite voor genomen en steeds gedacht dat komt wel een keer, we hadden schemerlampjes op de nachtkastjes, dus het was geen moeten. Maar nu wakker worden badend in het licht was een heel vreemde ervaring en spontaan riep ik, `ja ik weet het wel, dat je er nog bent.’  Zo voelde het ook, allerlei kleine dingetjes die onverklaarbaar waren.


Dat duurde veertien dagen en de dag daarna stond ik op en was het heel erg koud in huis, terwijl het warm weer was, het was eind mei en de zon scheen. Later op die dag trok de kou weg en voelde het huis leeg aan. Nu was hij weg! Was dat zo? Of gebeuren die dingen in je eigen beleving van verdriet en wil je dat ze gebeuren. Ik ben een heel nuchter persoon, maar deze veertien dagen zullen me altijd bij blijven. Is er werkelijk iets tussen hemel en aarde of was het mijn verbeelding? Toch heb ik die lamp op de slaapkamer nooit meer goed gekregen, ik kreeg hem nooit meer aan, zelfs niet toen ik er een nieuwe lamp had ingedraaid. Het leven ging verder, voor mij was het zoals vroeger toen hij op zee was, hij was de reis op. Bij alles wat ik deed hield ik rekening met hem, zoals ik ook deed als hij op zee was.

Dan leg je na terugkomst als goede zeemansvrouw verantwoording af over wat er allemaal thuis gebeurd is tijdens zo’n reis. Maar deze reis duurde lang. Na vier maanden werd ik onrustig, de laatste jaren voor zijn pensioen waren de reizen meestal niet langer dan vier maanden geweest. Kom nu maar weer terug lieverd, de reis heeft lang genoeg geduurd, het zit er weer op! Maar helaas….  maar ook hier zal ik wel weer aan wennen.


Marijke Derksen