44. Bestaan geesten?

Nadat het contract getekend was werd het huis leeggemaakt. De familie deed al hun mooie antieke meubelen in de opslag, want ik heb zelf heel veel meubels om dat grote huis mee te vullen. Het huis was schoon en alles zag er goed uit. Toch moet je een leeg huis nog eens helemaal goed nalopen nu de meubels er uit waren.


Antonia en Noelia, mijn lieve hulpen gingen aan de slag, met heel lange ragebollen voor de hoge plafonds en alles werd gedweild en in de was gezet. Een huis met een spiegelende plavuizen vloer straalt me tegemoet toen ik kwam kijken. Iedereen waarschuwde me voor die super gladde vloer. Daar glij je zo over uit en dus vroeg ik de meisjes om de vloer nog een keer te dweilen maar nu alleen met heet water zodat het gladde wat minder werd. Ook de prachtige trap met mozaïek was een gevaarlijk ding volgens mijn vriendinnen, ook te glad, stel je voor dat je eraf valt, het is zo hoog dat overleef je niet. Daar moest ik wat antislip op bevestigen. Dat heb ik niet gedaan, die trap is zo mooi, daar moet je niets aan veranderen, en er is me gelukkig nooit wat op gebeurd.


De persianas, rolluiken, werden omhoog gehaald en de ramen schoon gewassen, de luiken werden niet meer gesloten. Zo zag het er al wat anders  uit, terwijl ik er nog niet in woonde. Op een dag vroeg een van de buren uit de straat aan Noelia of ik er al woonde, waarop Noelia antwoordde dat dat nog niet zo was. Oh zei de vrouw, maar ik zie avonds licht branden boven! Dat vond Noelia raar, ze had toch echt het licht wel uitgedaan na het schoonmaken en ging die avond naar het huis om het te controleren. Maar het was overal donker, nee ze had geen licht laten branden! Toch zei die buurvrouw het de andere dag weer. Het werd mij verteld en eigenlijk vond ik het wel een beetje griezelig, mijn lieve vriendin Peggy vertelde me een verhaal over een geest in een huis waar ze vroeger had gewoond en ik met mijn rijke fantasie vulde mijn eigen verhaal in. Maar Noelia is een heerlijk nuchtere vrouw en nergens bang voor. Ze ging die avond toen het donker was naar het huis, ging aan de overkant naar het raam kijken waar dat licht dus zou moeten branden en zag inderdaad licht bij dat raam. Het bleek het licht van de straatlantaarn aan de overkant te zijn, die weerspiegelde in die ruit die nu zonder luik of rolgordijn was en de ruiten waren zo schoon dat het weerkaatste licht straalde. Dus niks spoken of geesten.


Toch wel jammer want ik vond het wel een leuk idee een geest in mijn huis. Ooit heel lang geleden woonden we in een heel oude boerderij in Friesland, daar hadden we een geest die iedere avond klokslag tien uur het kralengordijn tussen de zitkamer en de opkamer bewoog, niets griezeligs aan, we wenden er aan en soms gaven we zelfs commentaar zoiets van `hallo ben je daar weer.’  Dus een geest in dit prachtige antieke huis zou echt niet zo vreemd geweest zijn. Maar toch… toen ik ineens zo snel in het huis woonde was het toch een beetje anders. Mijn meubels stonden er mooi, net of ze voor dit huis waren uitgekozen. Een van de kamers beneden had ik ingericht als bibliotheek met kasten vol boeken en ook een slaapbank, kon ik lekker liggen lezen als ik daar zin in had. Alles was me zo vertrouwd, ik had het al jaren en hier in dit huis kwamen de meubels nog mooier uit, het paste bij elkaar.


Maar die eerste avond zo alleen in dit enorm grote huis… tegen middernacht moest ik toch eens naar bed. De slaapkamer was boven… ik moest denken aan dat verhaal van dat licht dat daar s`nachts brandde! Ik kon natuurlijk ook die eerste nacht op de slaapbank in de bibliotheek gaan slapen, er lag wel een dekbed in de dekenkist in de hal, ik moest toch eerst een beetje wennen. In de nacht naar boven gaan? Eigenlijk nog maar niet. Dus die eerste nacht sliep ik in de bibliotheek, en de tweede nacht… en de derde nacht en als ik door de hal liep naar die kamer toe keek ik vol ontzag naar dat grote mooie trappenhuis, bovenaan was het donker, zou er …. ? De vierde nacht sliep ik nog steeds in de bibliotheek, hard lag die slaapbank, boven stond een heerlijk groot bed op me te wachten.


Ik lag na te denken en vond mezelf toch wel een angsthaas. Je hebt al zoveel in je leven meegemaakt zei ik in gedachten, wat kan je hierboven nou gebeuren? Er is daar niets! En als er wel geesten zijn, nou wat dan. Dan zijn het voorouders van de eigenaars van dit huis en die zijn zo aardig en de foto die je hebt gezien was precies je eigen grote liefde, daar hoef je toch niet bang voor te zijn! De vijfde avond en alle avonden daarna ben ik boven gaan slapen en het was er heerlijk. Lachend om mezelf,  gekke meid om jezelf zo angstig te maken voor niets!


Marijke Derksen