46. Kakkerlakken

Ieder jaar wordt door de gemeente de rioleringsbuizen in het dorp ingespoten met een of ander middel om ongedierte te bestrijden, zoals kakkerlakken. Eén voor één worden de putdeksels in de straten geopend, ingespoten en snel weer dicht gedaan en afgeplakt met plakband om te voorkomen dat ze ontsnappen en door de straten rennen.

Tegenwoordig zie ik in die tijd geen kakkerlakken meer rennen op straat, maar enkele jaren geleden zag je dat wel op die dagen van inspuiten. Je deed dan je voeten wat omhoog als je op een terras zat om niet in aanraking te komen met die snel rennende griezels. Ook zag je ze wel tegen de muren opklimmen. Volgens Antonio, de bakker, zijn ze bijna uitgeroeid zodat je er daarom niet veel meer ziet. Maar in die tijd zaten we op een avond bij el Moreno op het terras, het was een warme zomeravond en we wisten dat die dag door de gemeente de riolering behandeld was. Hier en daar zagen we wel een kakkerlak tegen de muren opklimmen. Terwijl we van ons hapje en drankje zaten te genieten voelde ik iets tegen mijn been, het leek op de staart van een poes die heel aardig kopjes aan het geven was en langs mijn been schuurde. Zonder te kijken wreef ik met mijn hand over dat been. Maar ik bleef het voelen.


Nog eens met mijn hand die denkbeeldige poes weg doen. Ik voelde een bobbel op dat been, wat raar. Mijn zomer pantalon was strak aan de pijpen, daar zat niet veel rek in. Het vreemde gevoel bleef, dus haalde ik mijn been van onder de tafel tevoorschijn en zag een dikke bult onder de broek ter hoogte van mijn knie. Ohhh, dat moest een kakkerlak zijn die in de broekspijp was gekropen! Paniek! Een moment dacht ik, broek naar beneden en dat enge beest er uit! Gelukkig heb ik dat niet gedaan want het terras zat vol met mensen die nieuwsgierig mijn kant uitkeken, want ik denk dat ik wel een gilletje geslaakt heb op dat moment. Springend van het ene been op het andere heb ik met veel moeite die strakke broekspijp naar boven opgerold en de belager van me afgeslagen. Die rende hard weg en ik weet niet wie er nou banger was, de kakkerlak of ik!


Al mijn hele leven ben ik bang voor snelle insecten zoals kakkerlakken. Toen mijn lief nog leefde was dat geen probleem, was er zo’n griezel in huis dan haalde hij het enge beest weg. Maar nu ik alleen ben is dat anders. Doodeng vind ik die snelle beesten met zoveel poten. Eigenlijk had ik ze nog nooit goed bekeken, want een gil van mij en het werd verwijderd. Toen ik dan ook vorig jaar, om half twaalf in de nacht naar bed wilde gaan en een donker iets naast mijn bed zag liggen, dacht ik eerst aan een dikke pluk haar van mijn kater Tommie, dat gebeurt wel eens dat hij plukken haar verliest. In het schemerdonker van de slaapkamer zag ik het niet zo goed en terwijl in bukte om het te pakken begon de pluk haar te rennen! Oooh.. dat was een beest, ik schrok vreselijk en zal wel geschreeuwd hebben, maar rende gelijk naar de keuken om in het aanrechtkastje een spuitbus tegen kakkerlakken te pakken. Maar het beest was verdwenen, die zat uiteraard niet op een lading gif te wachten, slimmerd! Misschien was hij wel onder het nachtkastje gekropen of onder het bed. De spuitbus werd daar onder half leeg gespoten, maar het beest kwam niet tevoorschijn. Dus eerst maar weer even in de kamer gaan zitten om van de schrik te bekomen. Ik durf niet naar bed, stel je voor dat hij in mijn bed geklommen is, brrr… ik zat te griezelen bij die gedachten.


Na een goed half uur moest ik toch eens gaan slapen, ondanks de schrik was ik toch wel moe. Voorzichtig de slaapkamer inlopen en goed rondkijken, nee ik zag het beest nergens, de badkamer in en uitkleden om te douchen. Terwijl ik dat deed zag ik de kakkerlak halfweg tegen het douchegordijn zitten. Weer een gil, maar gelukkig stond de spuitbus dichtbij. Het beest viel op de grond maar rende gelijk de badkamer uit en de naastliggende kleedkamer in. Hij kroop onder het rek dat vol hing met lange jurken, hup, het rek aan de kant en daar lag hij, op zijn rug met zijn pootjes te spartelen. Dus ik had hem goed geraakt. Wat nu? Zelfs zoals hij er nu bij lag durfde ik hem niet te pakken, zelfs niet met een papiertje. Ik ging naar bed maar het spartelende enge beest bleef in mijn hoofd rondspoken. Stel dat hij niet echt dood gaat en straks toch naar mijn bed toekomt? Ik durfde niet te gaan slapen. De griezel moest eerst weg, maar het was ondertussen tegen één uur in de nacht. Kon ik nog iemand om hulp vragen om deze tijd? En wie? Noelia woont hier naast, die is nergens bang voor, zou ze nog wakker zijn? Het was zaterdagavond, ik wist dat ze dan niet zo vroeg naar bed ging. Proberen? Ik was zo bang dat ik toch maar gebeld heb, eerst gevraagd of ze al in bed lag. Ze schrok, dat was te begrijpen, ze was bang dat er iets met mijn gezondheid niet in orde was. Nee ze was nog niet in bed, ze kwam direct. Met een papiertje pakte ze de nu echt wel dode kakkerlak en gooide het beest, dat mij zo bang gemaakt had, naar buiten. Gelukkig die was weg en kon niet meer terug komen. Eigenlijk schaamde ik me wel een beetje, dat ik die lieve schat midden in de nacht gebeld had om zo’n klein beestje weg te halen. Helaas, ik ben er echt heel erg bang voor.


Nu een jaar later, had ik vorige week zaterdag er ook weer een in huis. Het was weer op het tijdstip om naar bed te gaan. Terwijl ik alle lichten uit deed en naar de slaapkamer wilde lopen zag ik dat Tommie, mijn grote kater, voor de deur van de eetkamer bleef zitten en met zijn pootje iets probeerde te pakken. Vlug de lamp aan en kijken wat hij daar had. En jawel hoor, een erg grote kakkerlak zat achter de deur. `Pak hem maar Tommie.’ riep ik. Ook mijn andere poes kwam kijken wat er te beleven viel. Samen sloegen ze de kakkerlak alle kanten van de kamer door, maar ze maakten het niet dood. Ik was weer doodsbang. Wat moest ik nou? Weer Noelia bellen? Nee dat was te gek. Ik nam een dik boek uit de boekenkast en stond klaar om die bovenop de kakkerlak te laten vallen. Dat zou hij niet overleven. Maar de poezen gooiden de kakkerlak alle kanten op en hij verschool zich eerst onder het dressoir, kwam er even later toch weer onderuit en rende voor zijn leven. In mijn tuin vangen de poezen allerlei levende wezens en maken het dood, maar in die kakkerlak hadden ze schijnbaar geen zin, was alleen maar leuk om mee te spelen. Als ze vogeltjes of gekko's vangen probeer ik die altijd uit hun bekjes te redden en ben dan boos op de poezen, en nu ik wilde dat ze deze dood maakten deden ze niets. De kakkerlak verschool zich nu onder een laag kastje, daar konden de poezen niet bij. Waarschijnlijk voelde het insect zich daar veilig en kwam niet meer te voorschijn. Het kastje weghalen was voor mij geen optie, te zwaar. Afwachten dus, hij zal toch wel een keer te voorschijn komen. Maar het duurde en duurde en ik was moe, wilde naar bed. Maar net als vorig jaar durfde ik dat niet, zo'n rennend griezelig beest in huis, ik zou geen oog dicht doen.


Denken, wie kan ik bellen. Ineens dacht ik aan André, een lieve vriend, die vaak op zaterdagavond in een van de restaurants op het plein was en het meestal wel laat maakte. Die kon ik nog wel bellen. Hij zat ergens op een feest, maar dat was nu toch al afgelopen en hij kwam gelijk. `je moet me niet uitlachen hoor maar… ‘ en ik vertelde hem wat er aan de hand was. André was allang blij dat er niets met mij was qua gezondheid, nam het vliegen klappertje en haalde dat onder het kastje door en ja hoor daar kwam de kakkerlak tevoorschijn rennen. André was vlugger en ging erop staan en dat overleefde de kakkerlak niet. Nadat hij het beest op straat had gegooid en zijn schoenzolen schoon gemaakt had ging hij snel weer naar huis. Ik was hem dankbaar en heb hem nog een drankje aangeboden maar hij zei dat hij op dat feestje al genoeg gedronken had en verlangde naar zijn bed. Ik heb nog een half uur in de kamer gezeten om van de schrik en spanning bij te komen maar sliep daarna rustig.


En gisteren was het weer zover! Ook weer rond bedtijd. Dit keer was het in de keuken. Dat is ruim en de vloer is leeg, geen plek voor de kakkerlak om er ergens onder te schuilen. Ik gooide gauw de deur naar de eetkamer dicht, dus geen ontsnappingsroute voor het arme dier. Weer iemand uit zijn of haar bed bellen om me te redden van het gevaar wilde ik niet meer, het was toch te gek, dit moest ik zelf kunnen oplossen.


Snel pakte ik de vliegenklapper en de kakkerlak had geen schijn van kans want mijn adrenaline was door mijn angst zo groot dat ik met ongekende kracht die vliegenklapper op de kakkerlak liet neerkomen. Hij was al buiten westen en na nog een harde klap vertrok hij naar de kakkerlakken hemel, als die tenminste bestaat. Vlug het lijkje op de vliegenklapper geschoven en heel voorzichtig naar de buitendeur gelopen en het dier op straat gegooid. Toen kwam er een gevoel van euforie over me, Ik had het zelf gedaan! Van trots liep ik te stralen. Ik had het zelf gedaan, niemand lastig gevallen met mijn fobie. Ik had mezelf overwonnen! Hoop dat dit gevoel blijft als ik weer eens zo'n engerd in huis aantref!


Marijke Derksen