48. Hartinfarct

Ik heb lang nagedacht of ik dit wel wilde schrijven. De meeste verhaaltjes die jullie van mij gelezen hebben zijn om te lachen of tenminste een glimlach. Dit verhaal is wel een serieus verhaal en erg persoonlijk, maar omdat ik in afgelopen jaren dat ik deze verhaaltjes schrijf, er al zoveel persoonlijks van mij instond denk ik dat het toch niet verkeerd is om ook dit met jullie te delen.

Op een avond, het is mei 2017, heb ik een appel gegeten en daarna kreeg ik pijn in mijn maag. Ik had alweer spijt van die appel. ik hou helemaal niet van appels, maar vanwege de vitaminen at ik ze zo af en toe. Die week had ik het druk gehad, zaterdag ga ik het boek `Passie Blanca’ hier bij mij thuis presenteren. Dat boek is een wedstrijd geweest, wie het mooiste verhaal  over de Costa Blanca kon schrijven met veel passie erin. Met negen andere schrijvers en mijzelf zijn onze verhalen daarin geplaatst. De officiële presentatie met de uitgever erbij had vorige week plaatsgevonden in een klein dorpje in de bergen voorbij Denia. Maar nu zou het dan hier bij mij thuis nog eens gebeuren voor mijn vrienden en kennissen. Er viel natuurlijk heel veel te regelen, maar met hulp van Peggy ging dat allemaal wel lukken. Ik had al de nodige inkopen gedaan, zoals drank en kilo's kaas voor verschillende hapjes, de koelkast was boordevol. Dozen vol boeken stonden klaar om verkocht te worden. Ik vond die drukte heerlijk en was trots dat ik weer een boek kon presenteren, de laatste keer daarvoor was in Nederland geweest, mijn boek `Tot ziens Egypte’. Dat was al weer ruim twintig jaar geleden.

He, vervelend nou die maagpijn! Ik zat achter mijn bureau om nog eens na te kijken of iedereen wel een uitnodiging had gekregen en of alles wel zou gaan zoals ik wilde. Ik wreef eens over mijn maag. Het ging steeds meer pijn doen. Fina belde, zomaar om een praatje met me te maken. `Red je het allemaal, of kan ik je ergens mee helpen?’ vroeg ze.  Ik antwoordde dat alles onder controle was maar dat ik geplaagd werd door erge maagpijn. We spraken er over dat ik me waarschijnlijk te druk had gemaakt, dat kon best wel eens zo zijn, maar terwijl we nog wat over koetjes en kalfjes spraken werd de pijn zo hevig dat ik helemaal in elkaar kromp. Op datzelfde moment voelde ik pijn in mijn linkerarm en in mijn kaak. Dat zei ik tegen haar en zei er gelijk achteraan dat ze een ambulance moest bellen want dit was een hartinfarct, dat was wel duidelijk. Verder weet ik er niet veel meer van. Gelukkig heeft Fina ook een sleutel van mijn huis en even later stond ze naast mijn bureau waar ik half buiten westen overheen lag.


Ik weet nog dat ik door de ambulance verplegers op een brancard de ziekenwagen in werd gereden en dat ze met open deur mijn bovenkleding los knipte en ik daar met mijn blote borstjes lag en er mensen buiten stonden te kijken. Dat moment van `oh iedereen ziet me’  kan ik me nog herinneren maar daarna was ik weg. Wat er daarna allemaal gebeurd is weet ik alleen door wat men me later heeft verteld. Ik ben twee keer gereanimeerd, een keer in de ambulance en een keer in het ziekenhuis, er zijn twee stents in mijn aderen geplaatst, daar heb ik allemaal niets van gemerkt. Vaag weet ik dat ik ergens in het ziekenhuis lag en het heel raar vond dat mijn bed op een heel hoog podium stond en de de artsen en verpleegkundige daar in de verte helemaal beneden stonden. Ook een visioen dat mijn haar gewassen werd, zo vreemd allemaal. Pas na een tijd, ik weet niet hoelang,  werd ik een beetje helderder en voelde een sterke arm om me heen. Ik was blij met die arm en heb er kusjes op gedrukt, dat kan ik me nog herinneren en tegen die arm, `ik hou van jou’ gezegd. Misschien dacht ik dat het mijn, precies twee jaar daarvoor overleden grote liefde was. Maar die was het niet. Het was mijn beste vriend. Hij kwam elke dag, zat zolang naast het bed als toegestaan was. Zo kwam ik heel langzaamaan weer tot leven en herkende daarna ook mijn andere lieve vrienden en vriendinnen die me regelmatig kwamen bezoeken.

Na bijna vier weken mocht ik het ziekenhuis in Alicante verlaten. Fina en Antonio haalden me op. In de rolstoel werd ik naar de auto gebracht want lopen kon ik nog niet. Dat heeft een aantal weken geduurd, veel van mijn lieve vrienden haalden me van huis op en namen me in de rolstoel mee naar het plein. Vooral Ge en Miep, die lieve oudere mensen hebben heel veel met me rondgewandeld. Ik ben hen daar zo dankbaar voor, dit was de manier om weer terug te komen in het normale leven en de deur weer uit te gaan. Zonder deze lieve vrienden allemaal had ik het niet gered en was ik bang gebleven. Nu niet en na een tijdje liep ik weer rond en genoot weer van het leven. Het is een wonder dat ik er nog steeds ben en ik ben de artsen en ook de ambulanceverpleegkundigen heel erg dankbaar dat ze zo hard voor mijn leven gevochten hebben.


In een gesprek met een van de goede vrienden en collega van mijn man, die zelf ook zijn vrouw verloren heeft, zei hij `het is niet zo'n wonder, maar toen jij daar boven aankwam, heeft hij je gelijk terug gestuurd, want het was jouw tijd nog niet. Je moet nog een poosje van het leven genieten.’ Even was hij stil en ging toen verder, `en wat dacht je? Die oude zeerob is nog niet uitgekeken op al die mooie engelen daar, dus kan hij jou daar nog niet hebben!’ Ondanks alle narigheid en verdriet kon ik daar toch echt wel om lachen, een echt zeemansuitspraak van deze ook gepensioneerde oude zeebonk.


Marijke Derksen