Abonneer je en blijf op de hoogte

Disclaimer; niets van deze website mag worden gebruikt worden zonder de schriftelijke toestemming van Sun and Grapes. Meer info...

©2019 by SUN AND GRAPES

7. Pepe

We hadden een finca gekocht, een buitenhuis, geeft het Nederlandse woordenboek voor Spanje hiervoor aan. We bleven nog een week in Spanje voordat we weer naar Nederland terug vlogen om alles voor ons definitieve vertrek te regelen. Voor die tijd toch nog eens een keer naar het huis rijden en buiten voor het hek staan watertanden omdat we het toch wel een goede aankoop vonden. Wat wilden we nog graag even binnen kijken. Juan heeft een sleutel, als assistent van de makelaar was hij er de eerste keer met ons naar toe gegaan. Juan woont in het dichtstbijzijnde dorp, maar waar? Elke dag was hij op een van de terrasjes op het pleintje in het centrum van het dorp te vinden, had hij verteld. Misschien kwam hij daar vandaag ook wel na de siësta. Maar buiten een oude Spanjaard, die we al eerder hadden gezien en waar we de naam van hadden opgevangen, was er niemand op de terrasjes aanwezig. Zeker nog een beetje te vroeg.

Pepe, de oude bijna tandeloze Spanjaard, beduidde me te gaan zitten toen echtgenoot naar binnen ging om daar te vragen of men Juan al gezien had. Tenminste, ik begreep dat Pepe bedoelde dat ik op de rode plastic terrasstoel naast hem mocht plaatsnemen, net zo goed had hij gezegd dat ik daar niet mocht gaan zitten omdat zijn compañeros zo kwamen. Ik verstond er geen woord van omdat ik de Spaanse taal nog niet beheerste. Toch ging ik maar zitten. Echtgenoot kwam naar buiten en vertelde dat Juan nog niet geweest was. De oude Pepe bemoeide zich ermee. Echtgenoot beheerst de Spaanse taal goed, maar wat de oude Pepe allemaal brabbelde had zelfs hij moeite mee. “Bel Juan dan op.” zei de oude man. Mijn man had daar niet zoveel puf in want de verbinding met onze mobiele telefoon ging eerst naar Nederland voordat het een aansluiting in Spanje tot stand bracht. Hij vertelde dat aan Pepe. “Mucho dinero! Dan bel je toch bij mij thuis.” Binnensmonds en bijna niet te verstaan. Echtgenoot bedankte hem hartelijk, dat was niet nodig want Juan zou zo wel komen. “Dan loop je er toch even heen.” De oude baas bleef aanhouden. “Waar woont Juan dan?”


Een donkerbruin stompje tand kwam steeds tussen zijn gerimpelde lippen te voorschijn terwijl het leek of het daar tussendoor siste. Een niet al te schone vinger met een bruine nagel met een zwart randje wees in de richting waar Juan moest wonen. “Voorbij die zwarte auto.” We keken de vanaf het plein omlaag lopende straat af en hier en daar stond wel een auto. Maar het interesseerde ons niet zoveel, Juan zou zo toch wel komen. De voor de gemiddelde Spaanse afmetingen toch wel lange man stond op uit zijn stoel, een beetje krom gebogen, en zei tegen mijn man dat hij mee moest komen. Deze zei dat het niet nodig was en dat hij wel op het terras zou blijven wachten tot Juan kwam. Maar de oude man schuifelde door, op een paar sloffen verschoof hij zijn ene voet langzaam voor de andere. Ik had het gevoel dat hij zichzelf voortsleepte, zo klonk het ook.


“Wat is nu zijn bedoeling precies is.” zei mijn wederhelft. “of hij wil dat ik mee kom naar zijn huis om Juan te bellen, of hij loopt naar Juan’s huis en moet ik meekomen daar naar toe.” We keken de oude Pepe na. Hij liep het plein af, stak de straat over en ging op het smalle trottoir langs de typische Spaanse huizen en winkeltjes lopen. Zelfs vanaf een afstand dacht ik hem nog te horen sloffen. “Hij loopt de eerste zwarte auto voorbij!” Steeds kleiner werd hij. De straat is lang en doordat het recht is en afloopt kun je helemaal naar beneden kijken. Ik begon me een beetje vervelend te voelen. Die oude man loopt daar een heel eind en doet dat voor ons. “Nu gaat hij de tweede zwarte auto ook al voorbij.” “Het zal toch niet zijn dat hij die derde zwarte auto daar heel in de verte heeft bedoeld…?” “Zou Juan daar wonen, helemaal aan het eind van de weg?” Pepe was bijna niet meer te zien, een bewegend stipje in de verte, op weg naar een zwart stipje wat de derde zwarte auto moest zijn. “Joh, dat kun je niet maken, die oude man zover te laten lopen.” Al had hij het dan zelf gewild en doorgezet, dit vond ik toch wel een beetje sneu. “Rijdt er even naar toe, dan kun je hem weer mee terug nemen.”


Ja, dat vond echtgenoot toch ook wel. Zo snel hij kon reed hij met de auto de weg af. Ik bleef op het terras achter in afwachting wat er verder zou gebeuren. Precies op het moment dat Pepe iets voorbij de derde zwarte auto stopte en het houten vliegengordijn voor de deuropening optilde en Juan’s naam riep, was mijn man daar ook. Pepe draaide zich om en ziet daar die buitenlander waarvoor hij dat hele eind was gaan lopen, met de auto voor de stoep staan. Dat hij ontzettend boos was dat zal iedereen begrijpen. De lelijke scheldnamen, die ik niet durf te herhalen, vlogen door de ruimte. Juan was inmiddels naar buiten gekomen en beduidde mijn man binnen te komen. Maar die vertelde dat hij eerst Pepe terug moest brengen naar het terras en mij ophalen.


“Stap maar in, ik breng u terug.” Echtgenoot nodigde de nog steeds scheldende man uit om in te stappen, deze was gelukkig zo verstandig om dat aanbod niet af te slaan. Maar hij was niet tot bedaren te brengen. Zoveel stommiteit had hij nog nooit meegemaakt. Laat die stomme (en nog ergere) buitenlander hem dat hele eind lopen en toen hij er was stond die buitenlander er ook, maar dan met de auto! Zoveel stommiteit had hij in zijn leven nog niet meegemaakt. En de, in het Nederlands drie letter tellende, scheldwoorden vlogen in het rappe Spaans als een kanonnade over het hoofd van mijn geliefde. Ik kon hem al horen toen de auto stopte voor het pleintje. Nog steeds kwaad kwam Pepe naar het terras toe sloffen, scheldend en vloekend. Terwijl hij op de plastic stoel neer zakte bleef hij doorgaan. Hij vertelde mij wat een stomme echtgenoot ik had. Dat was niet erg, want ik verstond er toch geen woord van. Maar dat wist Pepe niet. Terwijl wij in de auto onderweg naar Juan waren uitte ik mijn gevoelens over dit gebeuren en zei dat dit beslist geen goede indruk had gemaakt. “Mooie kennismaking met de dorpsbewoners! Het is te hopen dat men het je niet al te kwalijk neemt.”

Maar nu, nadat we hier twee maanden wonen, weten we dat het geen kwaad heeft gedaan. Iedereen is vriendelijk en de oude Pepe behandelt ons alsof we oude vrienden zijn, altijd een vriendelijk woord of een praatje. Vaak bieden we hem een glaasje aan, meestal zegt Pepe dat hij niets hoeft, dat hij net koffie heeft gedronken of net heeft gegeten of dat hij al genoeg heeft gehad. Soms komen we in het restaurant en zien Pepe achter een leeg glaasje aan de bar zitten, als mijn man dan vraagt of hij op dat moment wel wat wil drinken dan weigert hij eerst, maar na een beetje aandringen, wil hij toch wel wat. De oude Pepe maakt beslist geen misbruik van die eerste verkeerde kennismaking.


Marijke Derksen


#woneninspanje #pepe