Abonneer je en blijf op de hoogte

Disclaimer; niets van deze website mag worden gebruikt worden zonder de schriftelijke toestemming van Sun and Grapes. Meer info...

©2019 by SUN AND GRAPES

9. Autorijden in Spanje

Ik ben altijd een liefhebber van autorijden geweest. Vond mezelf ook best wel een goede chauffeuse en ik durfde overal naar toe te rijden. In Nederland was ik meestal alleen onderweg, maar hier in Spanje deden we alles samen en reed mijn echtgenoot meestal. Voor we hier kwamen, woonden we in Friesland, daar is het landschap vlak en kun je ver kijken. Ook was het daar niet zo druk op de weg. Een groot verschil met Spanje met het drukke verkeer op de autopistas en carreteras rond de grote steden.

De eerste keer dat ik hier moest rijden vond ik niet zo leuk. We kochten er een terreinwagen bij. Leuk voor als we de bergen in zouden gaan op ontdekkingstocht over smalle weggetjes of zandpaden waar je met een luxe wagen niet zo makkelijk rijdt. De vierwieler werd gekocht bij een autobedrijf in La Marina. Dat betekende dat ik met de andere auto terug moest rijden. Met zweet in mijn handen begon ik aan de rit. Echtgenoot beloofde het kalm aan te doen, ik hoefde hem maar te volgen. Het was belangrijk dat ik hem zo dichtbij mogelijk zou volgen want ik wist hier totaal de weg nog niet. Maar het ging prima. Even kreeg ik het ´Spaans benauwd` toen we de rondweg van een grote stad moesten volgen en het wel erg druk was. Maar ook daar kwamen we goed doorheen.


Waar ik het meest tegenop zag was het weggetje door de bergen waar we over moesten om bij ons dorp te komen. Bergen waren voor mij griezelige obstakels die ik niet kende. Nooit waren we op vakantie geweest in een berglandschap, voor mij hoefde dat niet, ik heb hoogtevrees en zittend in de auto als passagier stierf ik al duizend doden als we ergens geweest waren en weer naar huis gingen. Welke richting we ook namen, we moeten hier altijd door de bergen om thuis te komen. Mijn man reed, maar naast me zag ik de diepte die ik liever niet wou zien, de andere kant opkijken heeft ook geen zin. Met mijn voeten proberen de auto te dwingen midden op de weg te blijven was ook waanzin, maar toch zette ik me wel schrap. Voor wat? Je doet het gewoon.


Maar nu zat ik dan zelf achter het stuur en was het mijn eigen verantwoordelijkheid wat er zou gebeuren. Drijfnatte handen, zweetdruppels langs mijn rug, eind oktober! Voor me reed mijn wederhelft, heel kalm. Achter me reed een grote vrachtwagen, zwaar beladen. Het ging met een gangetje van niet meer dan vijftig. De vrachtwagenchauffeur zal niet blij geweest zijn. Maar ik vond het snel genoeg. Opzij van me die afgrond, waar ik nu niet naar keek. Met mijn ogen gefocust op de auto van mijn man voor me, voelde ik me toch betrekkelijk veilig. Één voor me, één achter me, wat kon mij nou gebeuren, ging het door me heen. Eenmaal door de bergen moesten we het dorp door en kwamen in de vallei. De snelheid bleef laag. De vrachtwagen zat bijna op mijn bumper, maar inhalen kon hij nog nergens. Uiteindelijk bereikten we het pad waar we moesten afslaan. Op dat moment kon de vrachtwagenchauffeur gas geven en vlotter doorrijden.

Dat deed hij pas nadat hij vanuit zijn open raampje mijn echtgenoot alle lelijke Spaanse scheldwoorden had toegeroepen omdat hij zo langzaam had gereden. Ik zat wel stiekempjes in mezelf te gniffelen, die chauffeur dacht vast dat ook ik het slachtoffer was van de auto voor me, de man kon niet weten dat die langzame rit speciaal voor mij was.

Gelukkig is het later goed gekomen en ben ik zelfs van de bergen gaan houden.


Marijke Derksen


#autorijdeninspanje