Abonneer je en blijf op de hoogte

Disclaimer; niets van deze website mag worden gebruikt worden zonder de schriftelijke toestemming van Sun and Grapes. Meer info...

©2019 by SUN AND GRAPES

De goudschat van Villena

De schat van Villena is een van de meest sensationele ontdekkingen van gouden voorwerpen uit de Europese Bronstijd. In oktober 1963 vond werkman Francisco Garcia Arnedo een metalen voorwerp in het grind van een groeve in de Sierra del Morrón, ongeveer 5 km van de Villena en gaf het aan zijn ploegbaas Thomas Martinez in de overtuiging dat het een stuk van een vrachtwagen was.

Na enkele dagen trok het stuk de aandacht van een andere werkman, Francisco Contreras Utrera, die het mee nam naar huis. Zijn vrouw, Esperanza Fernández García was degene die besloot om het voorwerp op 22 oktober 1963 mee te nemen naar juwelier Carlos Miguel Alonso Esquembre. De juwelier, in het besef dat het stuk een buitengewone gouden armband was, waarschuwde de archeoloog Jose María Soler. Uit angst dat de armband een deel was van een groter geheel of een deel van de informatie vals was, zette Soler de zaak voor aan de rechter van Villena. Na een kort onderzoek kon geen verklaring voor de vondst gegeven worden.


Op 25 november werd zigeunerin Esperanza Martinez Morales gezien met eveneens een zware gouden armband. Ze vertelde dat het sieraad van haar grootmoeder kwam, maar toen Soler de armband beter onderzocht zag hij dat deze armband erg leek op de vorige armband. Na grondig onderzoek bleken er ook nog recente sporen van aarde op te zitten. Soler dacht dat de zigeuners per ongeluk een prehistorische schat hadden blootgelegd. De archeoloog verkreeg nu van de rechtbank de toelating om beide stukken in beslag te nemen tot hun oorsprong kon worden bepaald. Kort nadien bekende de man van de zigeunerin, een vrachtwagenchauffeur genaamd Juan Calatayud, dat hij de armband had gevonden tijdens werkzaamheden in een grintgroeve. Hij beloofde spontaan de archeoloog om mee te helpen zoeken naar andere siervoorwerpen.


Slechts zes maanden vroeger was er al een "kleine schat" van gouden voorwerpen opgegraven door arbeiders in een gipsgroeve op een heuvel diep in de kalkrijke bodem, samen met potscherven en andere prehistorische overblijfselen. De kleine schat bestond uit gouden ringen en armbanden, kleiner, maar stilistisch in vergelijking met de twee armbanden. Het meest interessante van al was een aantal onafgewerkte stukken en een baar van onbewerkt goud met de inkerving van een patroon. Men was er zeker van dat hier ooit een goudsmid had gewoond.


Soler kreeg van de rechtbank toestemming om te graven maar er werden geen nieuwe vondsten gedaan en men wilde de verdere opzoekingen stop zetten tot op een gegeven dag bij valavond de mannen riepen dat ze een andere zware gouden armband hadden gevonden al snel gevolgd door een enorme aardewerk pot tot de rand gevuld. Zelfs in het snel vervagende licht was de glinstering van goud oogverblindend. Ze durfde de vindplaats niet verlaten. Na het aanmaken van een vuur voor de warmte, stuurden Soler de kinderen van de broers Enrique en Pedro Domenech Albero met een briefje aan advocaat Alfonso García Arenas weg met de vraag om een fotograaf te sturen en meer lichtapparatuur om de diep begraven schat op te delven. Na twee uur kwamen de kinderen terug met de advocaat, de taxichauffeur Pastor Martin Martinez en fotograaf Miguel Flor Amat, De fotograaf nam die avond de enige foto’s van de plek waar de schat was gevonden. Toen midden in de nacht alle gevonden voorwerpen waren gedolven werden ze overgebracht naar het kantoor van Soler in Villena..


Terug in Villena bleek de pot een indrukwekkende schat: achtenzestig afzonderlijke stukken waaronder vijf kannen, achtentwintig armbanden en twee zware handgrepen. Het totale gewicht van de goudschat was meer dan tien kilogram. Een armband alleen woog meer dan 500 gram. De pot was zo vakkundig verpakt dat geen centimeter van de ruimte werd verspild. Dit feit, plus de grote diepte suggereert dat een koning de schat had begraven. Sporen van brand in de grond rondom de plek geven aan dat er vroeger een gebouw stond, misschien een koninklijk paleis dat tijdens een oorlog verwoest werd door brand


De vraag is, welke koning? Soler’s theorie was dat het een van de koningen was die in de late Bronstijd in het zuiden van Spanje woonde, en die net als andere koningen zijn eigen leger en goudsmid had. Hij moet hebben geleefd in een zelfde soort pracht als de Myceense vorsten die volgens Homerus, hun gerechten aten uit zilveren en gouden borden. De gouden schalen en kannen waren waarschijnlijk het koninklijke servies.


Momenteel is de goudschat te bewonderen in het archeologische museum van Villena


Wim Kuyps


#opstapinderegio #leukedingendoen